Biocides in antifouling

Zeegaande schepen hebben hun onderwaterschip voorzien van een aangroeiwerende verf (antifouling) om tegen aangroei te worden beschermd. Aangroei veroorzaakt schade aan het verfsysteem dat de scheepshuid moet beschermen tegen corrosie. Het gevolg is grotere weerstand tijdens het varen, wat leidt tot forse stijging van het brandstofverbruik en/of langere vaartijden. Door import van ongewenste organismen uit andere vaargebieden kan bovendien het ecologisch systeem worden verstoord. Met deze aangroeiwerende verf worden technische-, economische- en milieuschade voorkomen.

De verf wordt in de praktijk meestal aangeduid als antifouling en bevat biocides. Een biocide is een stof die organismen doodt. Antifoulings worden aangebracht tijdens de bouw van een schip en wanneer het schip voor onderhoud op de helling of in het dok staat. Voorstellen tot wijzigingen in het ‘Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen’ van IMO worden ondersteund mits het level playing field niet in gevaar komt.

Vanuit de Europese Commissie is enige jaren geleden een nieuw verdrag in werking getreden (EC Reg. 2012/528) welke de leveranciers van antifouling verplicht verplicht tot een risico-evaluatie van biocides. Mede door het verplicht invoeren van zo’n evaluatie is de kans groot dat binnen Europa alleen de minder sterke biocides in de antifouling beschikbaar zullen zijn. Wanneer alleen onvoldoende effectieve antifoulings in Europa wettelijk toegepast mogen worden, kunnen Europese scheepswerven in een concurrentienadeel komen t.o.v. werven buiten Europa waar deze middelen wel kunnen worden ingezet. Netherlands Maritime Technology vreest dat door de zware regels voor risico-evaluatie en toelating van antifouling in Europa, het assortiment antifoulings voor met name de zeescheepsreparatie aan schepen in Europa zo klein wordt dat niet meer aan de gewenste kwaliteit kan worden voldaan. Reders zullen hun schepen buiten Europa van antifouling laten voorzien. Hierdoor zullen Europese zeescheepsreparatiewerven zodanig in het nadeel komen dat gevreesd wordt dat hun concurrentiepositie ernstig wordt verstoord. Dit is een verstoring van het level playing field, omdat scheepseigenaren die een antifouling willen aanbrengen, op een nieuw of een bestaand schip, een sterke antifiouling buiten Europa laten aanbrengen en wél met deze fouling in Europese wateren varen. Hierdoor komen de sterke biocides alsnog in Europese wateren terecht. Dit terwijl in Europa gevestigde werven deze werkzaamheden niet meer uit kunnen voeren.

Netherlands Maritime Technology werkt nauw samen met SEA SMRC, SEA Europe, het Minsterie van Infrastructuur en Milieu, Ministerie van Economische Zaken en het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) om de gestelde assesment een Level Playing Field te laten bewaken. Antifouling is een onmisbaar product voor onze ledenwerven en we strijden er dan ook voor om dit product te mogen blijven gebruiken.