Minimum power requirements

Minimaal te installeren vermogen

De International Maritime Organization (IMO) is bezig met de ontwikkeling van regelgeving voor het vermogen dat minimaal aan boord van schepen moet worden geïnstalleerd. Dit lijkt in strijd met de roep om energie efficiëntie, maar is het niet. In Nederland worden kleine schepen gebouwd met een relatief laag vermogen. Deze schepen varen zonder problemen veilig rond. NMT maakt zich hard voor goede regelgeving voor dit soort schepen waar Nederland sterk in is.

Dossierhouder

Energy Efficiency Design Index (EEDI)

De Energy Efficiency Design Index (EEDI) is een jaar geleden aangenomen door de IMO. Het doel van de EEDI is om schepen te ontwikkelen die efficiënter zijn met brandstof. Nieuwe schepen moeten beter zijn dan hun ‘oudere zussen’. In een tijdspanne van meer dan een decennium worden de grenswaarden verschillende keren verlaagd. Door de manier waarop het motorvermogen in de EEDI formule verwerkt is, is het mogelijk om aan de EEDI te voldoen door steeds maar kleinere vermogens te installeren. In deze manier van werken zit een gevaar voor de veiligheid: op een bepaald moment is het verlagen van dit vermogen eindig en ontstaat een situatie waarin een schip niet meer veilig kan manoeuvreren onder alle mogelijke omstandigheden.

Minimum Power Requirements

De IMO erkende eerder dit probleem en kwam met een oplossing. Tijdens de 65e bijeenkomst van het Marine Environmental Protection Committee werden de 2013 Interim Guidelines for Determining Propulsion Power goedgekeurd.  Deze richtlijnen stellen het minimaal vermogen vast dat aan boord van een bepaald schip moet worden geïnstalleerd, gebaseerd op het laadvermogen van het schip. Om nu te kunnen voldoen aan de EEDI moet het ontwerp van het schip efficiënter worden gemaakt. Dit was eigenlijk vanaf het begin al het uitgangspunt.

EEDI in Nederland

In Nederland zijn we goed in het bouwen van en varen met schepen. Een typisch Nederlands schip is klein: dat wil zeggen kleiner dan 20.000 DWT. In verschillende studies door MARIN en Conoship, werd aangetoond dat de richtlijnen voor het minimum vermogen voor deze schepen niet geschikt zijn. De IMO heeft op basis van de studieresultaten de kleinere schepen (tot 20.000 DWT) vrijgesteld van de richtlijnen.

De genoemde richtlijnen zijn echter interim. Dit betekent dat ze zullen worden gewijzigd. Op dit moment lopend verschillende onderzoeksprojecten om er achter te komen wat de beste eisen zijn voor het minimaal vermogen van een schip. Binnen de IMO is besloten dat de resultaten van deze onderzoeken input zullen zijn voor de uiteindelijke definitieve richtlijnen. Aangezien deze projecten niet kijken naar de kleinere schepen, en we al weten dat juist deze schepen wat ‘problemen’ hebben met de interim richtlijnen, is er besloten om een onderzoeksproject in Nederland te starten: MacRAW.

MacRAW

De bedoeling van het MacRAW project is om te bepalen wat goede eisen voor het minimale vermogen voor schepen tot 20.000 DWT zijn. De resultaten worden toegezonden aan de IMO en kunnen, samen met andere studies, bijdragen in de discussie voor het bepalen van de uiteindelijke eisen. Op deze manier wordt het belang van deze typisch Nederlandse schepen weerspiegeld in de richtlijnen voor het minimale vermogen.

Deelnemers aan het MacRAW onderzoeksproject: Nederland Ministerie van Infrastructuur en Milieu, MARIN, Conoship, Netherlands Maritime Technology (NMT) en de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR).

Standpunt Netherlands Maritime Technology

NMT wil eerlijke en gefundeerde regelgeving voor alle schepen. De kleinere schepen, waarvan er veel in Nederland gebouwd worden, dreigen in het ‘minimum propulsion power dossier’ niet voldoende bekeken te worden. NMT zet zich er voor in om ook voor dit type schepen passende regelgeving te ontwikkelen.