Page 12

NMT Magazine 02

Integraal Samenwerken hebben werven en toeleveranciers aan innovatieve projecten gewerkt om de efficiëntie in de keten te vergroten. Die lijn wordt voortgezet binnen Topsector Water, waarbij de overheid de maritieme technologie als één van de sectoren heeft aangewezen. “Je kan het als bedrijf niet alleen. Door samen te werken, ook met de wetenschap en kennisinstituten, versterk je elkaar.” Eén gezicht Ook de brancheorganisatie treedt tegenwoordig met één gezicht naar buiten. De verenigingen Holland Marine Equipment (VHME) en Vereniging Nederlandse Scheepsbouwindustrie (VNSI) handelden sinds 2008 onder naam van Scheepsbouw Nederland. In mei vorig jaar veranderde Scheepsbouw Nederland samen met HME BV en CMTI in Netherlands Maritime Technology, om te benadrukken dat de organisatie veel meer omvat dan scheepsbouw alleen. “We staan er samen sterker voor”, stelt Van Dooremalen. “We kunnen alert reageren op de steeds veranderende en concurrerende markt. Een level playing field bijvoorbeeld is en blijft een belangrijk dossier.” De nieuwe naam Netherlands Maritime Technology is ook gekozen om de sector in het buitenland beter te kunnen profileren. De Nederlandse spelers opereren steeds meer op de wereldwijde markt die veel kansen biedt. Juist dat internationale karakter spreekt Van Dooremalen - die als voorzitter van de Raad van Toezicht van kennisinstituut MARIN aan de sector verbonden blijft - enorm aan. “We leven niet in een geïsoleerde wereld. Ik 12 zet mij graag in om de internationale positie van onze industrie te versterken. Ik vond het een voorrecht om dit werk te doen en andere culturen te leren kennen.” Belangen van álle leden Voorneveld die als directeur bij Damen Shipyards Group wereldwijd opereert, benadrukt dat de vereniging zich ook inzet voor kleinere leden, zoals een scheepswerf aan de rivier die zich op de nationale markt richt of een toeleverancier uit het midden- en kleinbedrijf. “Ik houd de belangen van álle leden nauwkeurig in de gaten. Zaken als exportondersteuning, opleidingen - en ook - milieu en Arbo-wetgeving gaan iedereen aan. Bovendien speelt de problematiek van een ‘level playing field’ bij milieu- en Arbozaken ook op nationaal niveau. De uitvoering van overheidsbeleid kan per regio verschillen. Dat leidt soms tot ongelijkheid.” Voorneveld wil in zijn nieuwe functie vooral goed luisteren, zegt hij, naar álle leden. De uitkomsten van het tevredenheidsonderzoek, gepresenteerd op de dag dat hij de voorzittershamer overneemt, zijn zeer belangrijk. “De respons is goed, dus de leden zijn betrokken (zie pagina 28). Ik sta open voor suggesties waarmee we aan de slag kunnen. Als sector zijn we de crisis goed doorgekomen, maar dat betekent niet dat sommige individuele leden er niet door zijn geraakt. Het lidmaatschap kost geld, terecht dat leden waar voor hun geld willen hebben.” Positionering naar overheid Netherlands Maritime Technology richt zich op drie belangrijke pijlers: Trade, Innovation en Human Capital. Volgens Voorneveld ligt de organisatie goed op koers. Hij zet zich daarnaast graag in om de positionering naar de overheid te verbeteren, zoals in het jaarplan 2015 staat. De sector, verenigd in Nederland Maritiem Land, heeft vorig jaar – in het kader van Topsector Water - samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) een kabinetsbrede maritieme strategie geformuleerd. Dat heeft onder meer geleid tot één aanspreekpunt voor de hele sector: het ministerie van I&M. Een stap in de goede richting, aldus Voorneveld. “Verder moeten innovatie en meer export de sector als geheel verder versterken. Dat draagt weer bij aan het revenu van BV Nederland.” Volgens Voorneveld mag de maritieme maakindustrie nog meer zichtbaar maken wat die bijdrage aan Nederland is. Veel Nederlanders beseffen nog te weinig wat de waarde is voor de BV Nederland. “Ze zien mooie schepen varen. Maar innovatieve ICT-oplossingen bijvoorbeeld die werven en toeleveranciers bedenken, blijven vaak verborgen. Daar kunnen we nog een slag in maken. Als het over efficiënte en geautomatiseerde productie van topkwaliteit auto’s gaat, denk je al snel aan Duitsland. Het zou mooi zijn als men bij scheepsbouw als SMART-industrie direct aan Nederland denkt.” Dat positieve beeld trekt volgens Voorneveld weer meer studenten en goed gekwalificeerd personeel aan. “Wij weten wel hoe mooi ons werk is en wij zijn er trots op. Maar we moeten aan de wereld om ons heen meer aansprekende voorbeelden TRADE Voorneveld: “Ook als je sterk van mening verschilt, is het goed om samen koffie te drinken”


NMT Magazine 02
To see the actual publication please follow the link above