Page 5

NMT Magazine 2, mei 2017

5 COLUMN In deze laatste column als voorzitter van NMT kijk ik terug op 40 jaar scheepsbouw. Als pas afgestudeerde HTS’er scheepsbouw mocht ik in 1977 mijn eerste constructietekeningen met pen en inkt maken op rijstpapier. Of eigenlijk al op folie. Berekeningen werden nog met een rekenliniaal gemaakt, alhoewel voorzichtig de eerste computerprogramma’s werden ontwikkeld. Overdekt bouwen was nog nauwelijks aan de orde en scheepsbouw was nog vooral een ambachtelijke bezigheid die langzaam industrialiseerde. RSV was het grootste scheepsbouwconcern van Nederland. Maar daarnaast waren nog veel werven actief, die elkaar vaak heftig beconcurreerden. IHC bestond nog niet als concern en Damen stond aan het begin van haar stormachtige ontwikkeling. De stakingen in de havens en op de werven waren net achter de rug. De eerste offshore boom was gaande. Er werden kraanschepen, boorschepen en suppliers gebouwd. Mammoettankers liepen nog van stapel. Short Sea schepen heten Kleine Handelsvaart Schepen en hun afmetingen en ontwerp werden in sterke mate beïnvloed door regelgeving. Maar vooral door de fysieke beperkingen van de bouwwerven. Bij de op gang komende industrialisering waren De Biesbosch, met haar duwbakkenfabriek, en Centraal Staal, met de gezamenlijke voorbewerking van staalpakketten voor de noordelijke werven, voorlopers. Er werden nog middelgrote en grote scheepsmotoren gebouwd. Naar eigen ontwerp, bij Stork en Brons. En in licentie, bij De Schelde. De equipment industrie begon net met haar ontwikkeling van onderleverancier tot co-maker van de werven. Reders hadden vaak een nauwe band met hun ‘huiswerf’ en de overheid voerde een actief industrie- en scheepsbouwbeleid. In 40 jaar is veel veranderd. Een open deur, ik weet het. Maar toch is het goed om af en toe eens terug te kijken en onze zegeningen te tellen. Er zijn veel werven verdwenen, er is geen grote scheepsbouw meer en er worden geen motoren meer gebouwd. Maar de bedrijven die overbleven hebben zich op de wereldmarkt gericht en zijn sterker geworden. Ze hebben zich ontwikkeld in niches waar ze nu vaak marktleider zijn. Ze hebben geleerd om samen te werken, om flexibel te zijn, om te innoveren, om te exporteren. De ontwerp- en bouwprocessen zijn sterk verbeterd en de ambachtelijke scheepsbouw is vrijwel verdwenen. In onderzoek en ontwikkeling wordt fors geïnvesteerd, vaak meer dan in andere sectoren. En de kennisinstituten, universiteiten en hogescholen zijn belangrijke partners geworden. Nadat de overheid zich eerst heeft terug getrokken als het om industriebeleid ging, is er nu langzaam een kentering op gang gekomen. Via het Topsectorenbeleid, via de Maritieme Strategienota en het Werkprogramma Maritieme Maakindustrie. Vandaag hebben veel bedrijven het moeilijk. De markt is slecht en er wordt gezegd dat die in decennia niet slechter is geweest. Mogelijk, ik heb de cijfers er niet bijgehaald. Maar in de afgelopen 40 jaar, en natuurlijk ook in de jaren daarvoor, hebben de pieken en de dalen zich steeds afgewisseld. Soms sneller, soms langzamer. Een nieuwe bloeiperiode komt ongetwijfeld weer. En juist dan zijn die verworvenheden van de afgelopen jaren zo belangrijk: samenwerking, flexibiliteit, innovatie en export! In de prachtige Blauwdruk 2050, ‘De Maritieme Wereld Voorbij de Horizon’, gemaakt in opdracht van NISS, worden uitdagende toekomstbeelden geschetst. Of het daadwerkelijk zo zal worden? Wie zal het zeggen. De toenemende digitalisering en robotisering zal echter ongetwijfeld ook sociale en maatschappelijke uitdagingen met zich meebrengen. Hoe gaan we samenwerken, met wie gaan we samenwerken, is er nog voldoende werk en inkomen voor de niet gedigitaliseerde medewerker? Vragen die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Bedankt en tot ziens! Uw branchevereniging heeft alle veranderingen van de afgelopen 40 jaar meegemaakt, is in die periode ook zelf sterk veranderd en staat nu klaar om met de leden te werken aan de toekomst. Ik ga met pensioen als scheepsbouwer en ik neem afscheid als voorzitter van NMT. Met heel veel plezier en voldoening heb ik met onze leden, met mijn collega bestuurders en met de medewerkers van ons bureau samengewerkt in het belang van de Nederlandse maritieme maakindustrie. Ik ga met pensioen en kijk terug op 40 enerverende en mooie scheepsbouwjaren. Ik bedank u allen daarvoor zeer en vanuit mijn scheepsbouwhart wens ik u en zeker ook mijn opvolger, gunstige wind en goede vaart. Hans Voorneveld Voormalige voorzitter Netherlands Maritime Technology 40 jaar scheepsbouw


NMT Magazine 2, mei 2017
To see the actual publication please follow the link above