Nu investeren in kennis bij Nederlandse toeleveranciers voor vervanging Walrusklasse onderzeeboten

Nederlandse toeleveranciers uit het bestaande marinebouwcluster willen zich samen met kennisinstituten en Defensie goed voorbereiden op de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten. In de huidige fase van de verwervingsprocedure is nog geen concrete rol voor de Nederlandse toeleveranciers weggelegd. Om ervoor te zorgen dat cruciale kennis over bouw en onderhoud van onderzeeboten voor Nederland behouden blijft en straks bij gunning ook beschikbaar is, moeten toeleveranciers nu in staat gesteld worden om hun kennis en kunde op peil te houden en te versterken. Daarom vraagt NMT de overheid om nu, eventueel separaat van de lopende procedure met de hoofdaannemers te investeren in de ontwikkeling van innovatieve technologie van de Nederlandse toeleveranciers en kennisinstituten.

NMT schreef eerder al over de risico’s die het niet tijdig betrekken van de specialistische kennis van de toeleverende bedrijven met zich meebrengt. Dit blijkt nu ook uit het rapport ‘Vizier op de vervanging van de onderzeeboten’ van de Algemene Rekenkamer. De onderzeeboten zijn niet ‘van de plank’ te koop. Daardoor zitten er in het verdere ontwerpproces volgens de Rekenkamer risico’s. Dat maakt investeren in de kennis en kunde van de toeleverindustrie nóg belangrijker, omdat zij kunnen bijdragen aan het mitigeren van technische risico’s.

Robert van Aarle, sales & business development manager maritiem bij Bolidt: ‘Het kabinet hecht aan een sterke industrie in Nederland, zoals ook beschreven in de ‘Visie op de toekomst van de industrie in Nederland’. Dit gaat met name op voor het zelfscheppende Nederlandse marinebouwcluster. Ook in de Defensie Industrie Strategie 2018 wordt dat onderschreven. Het project Vervanging onderzeebootcapaciteit is een project dat zich bij uitstek leent voor een strategische samenwerking tussen Defensie, kennisinstituten en industrie. Het eerder betrekken van de toeleveranciers is daarom van essentieel belang om de reeds aanwezige onderzeebootkennis, onderwatertechnologie en productiecapaciteiten voor de toekomst te waarborgen. Het risico voor hoge investeringen bij dit soort strategische projecten mag niet alleen bij de toeleveranciers worden neergelegd, maar moet in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met Defensie worden gedragen. Hiermee wordt tevens de positie van het Nederlandse marinebouwcluster naar de toekomst zeker gesteld. En dat is goed voor Nederland.’

Via studies en proofs-of-concepts kennis en kunde behouden én versterken

In de zogenoemde B-brief stelt Defensie: ‘De Nederlandse marinebouwsector in brede zin dient op het gebied van onderzeeboten een zo goed mogelijke positie te verkrijgen in de toeleveringsketens van buitenlandse werven. Een goede positie als toeleverancier biedt de Nederlandse gouden driehoek de kans om de eigen kennis te vergroten, waarvan Defensie ook weer profiteert.’ Juist voor een goede positie is het cruciaal om nu al te investeren in innovatieve technologie van de toeleveranciers en kennisinstituten. Denk daarbij aan de automatisering van en systemen voor voortstuwing, hydrauliek, oppervlaktebehandeling en luchtbehandeling, die aan zware militaire eisen moeten voldoen. Nú starten met studies en proofs-of-concepts dient meerdere doelen:

  1. Deze zorgen ervoor dat de kennis en kunde op peil blijft en wordt versterkt en dus beschikbaar is als de order is gegund aan één van de hoofdaannemers.
  2. Deze voorkomen dat cruciale kennis weglekt en Nederland geheel afhankelijk wordt van buitenlandse toeleveranciers. Juist op de gebieden waar behoud van kennis moet worden gewaarborgd (zie ook: Defensie industrie strategie, DIS 2018).
  3. Deze helpen om de unieke kennis en expertise, die bij de instandhouding van de Walrusklasse is opgedaan, over te dragen en te versterken.
  4. Deze kunnen bijdragen aan het mitigeren van mogelijke technische risico’s in de ontwerpfase.

Harm Kappen, voorzitter van het Dutch Underwater Knowledge Centre, benadrukt de wil van de toeleverindustrie om samen in de kennisbasis te investeren: ‘De Nederlandse toeleveranciers staan gereed om hun kennis en kunde in te brengen. Wij willen graag samen met de kennisinstellingen middels een open dialoog met Defensie bijdragen aan versteviging van een gezamenlijke kennisbasis.’