Onzekerheid over vervanging onderzeeboten zet Nederlandse maritieme industrie verder onder druk

Het kabinet laat de Nederlandse maritieme industrie nog langer in onzekerheid over wie de nieuwe onderzeeboten van de Koninklijke Marine mag gaan bouwen. In de vandaag gepubliceerde B-brief worden de drie consortia, Naval Group/IHC, Saab-Kockums/Damen en Thyssen Krupp Marine Systems, uitgenodigd om hun aanbiedingen nog verder te detailleren. Een definitieve beslissing valt pas in 2021 en wordt mogelijk zelfs genomen door een volgend kabinet. De vertraging die door dit besluit dreigt te ontstaan zet het Nederlandse maritieme bedrijfsleven op achterstand en zorgt voor nog hogere aanloopkosten. Brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT) roept de politiek op om vaart te maken in het aanbestedingsproces. Het risico van vertraging trekt een zware wissel op de sector en de zogeheten ‘Gouden Driehoek’.

Meer informatie

Nederlandse bedrijven staan klaar om aan de slag te gaan met de ontwikkeling en bouw van de nieuwe onderzeeboten en het leveren van de daarvoor benodigde technologie. De order zou een enorme boost betekenen voor de Nederlandse maritieme industrie, die zich al heeft bewezen bij de upgrade van de Walrusklasse. Door de beslissing van het kabinet blijft ook de Gouden Driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen voorlopig buiten spel staan. De bedrijven en de kennisinstellingen binnen deze driehoek kunnen immers pas worden betrokken als de keuze voor één consortium is gemaakt. Dit alles zorgt ervoor dat de in Nederland aanwezige kennis en kunde voor het bouwen en het integreren van hoogwaardige technologie wordt bedreigd.

“De keuze om de volgende fase nog in competitie aan te gaan is erg nadelig voor ons als specialistische toeleverende bedrijven. We zijn erbij gebaat om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te worden bij het ontwerp van de toekomstige onderzeeboten. We moeten onze krachten kunnen bundelen en richten op één partij om de gehele ontwikkeling van dit complexe platform samen met de beoogde onderzeebootbouwer uit te voeren. Dit is de enige manier waarop we straks de instandhouding nét zo succesvol kunnen uitvoeren als we dat nu doen voor de huidige Walrusklasse onderzeeboten”, aldus Harm Kappen, voorzitter van het Dutch Underwater Knowledge Center en commercieel directeur bij system integrator RH Marine.

Brancheorganisatie NMT wijst bovendien op Defensie Industrie Strategie (DIS), waarin het kabinet pleit voor een ‘zo groot mogelijke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven’. In de DIS staat zelfs letterlijk: ‘We gaan de Nederlandse defensie industrie versterken’. Het besluit dat nu is genomen staat lijnrecht tegenover de voornemens die in de DIS worden uitgesproken. NMT roept het kabinet dan ook op om de eerder gedane beloften waar te maken en vol te gaan voor de eigen industrie. Een voortvarende besluitvorming en gunning van de opdracht is daarbij essentieel. NMT voorzitter Bas Ort reageert: “Dit is echt een gemiste kans om op zo’n belangrijk strategisch onderwerp als de maritieme defensie industrie geen duidelijke Nederlandse keuze te maken. Ik roep onze overheid op om die keuze in het belang van de Nederlandse industrie en werkgelegenheid alsnog op korte termijn te maken! De navenante spin-off van deze order voor de BV Nederland in de komende decennia mag immers niet worden onderschat.”