Commissie Scheepsbouw 4.0 moet procesinnovatie in de hele keten bevorderen

Samenwerken, ketenintegratie en digitalisering zijn de sleutelwoorden om de internationale concurrentie voor te blijven, zegt Arnold de Bruijn van NMT. Met de commissie Scheepsbouw 4.0 wil NMT de sector vooruithelpen om slimmer te ontwerpen en te bouwen. “We delen kennis en inzichten en zetten de lijnen uit voor gezamenlijke verbeterplannen.”

Door Pieter Pulleman

De Bruijn: “Een van de onderwerpen op de agenda is de uitwisseling van data; hier is nog winst te behalen als we meer standaardiseren. Het gemakkelijkste is dit te doen vanuit het werfproces, waarna toeleveranciers erop aanhaken. Echter dat levert dus niet één standaard op, maar een standaard per werf. Slimmer zou zijn om dit sectorbreed aan te pakken en daarmee tijd en kostenbesparingen in de hele keten realiseren.”

De hele maritieme toeleveringsketen

De commissie Scheepsbouw 4.0 telt ruim twintig leden uit de hele maritieme toeleveringsketen. Afgelopen februari was de kick-off en De Bruijn werkt nu op basis van de opgehaalde input aan een visiedocument met actielijnen. “De bedoeling is om projecten op te zetten en werkgroepen in te stellen die met de onderwerpen uit de actielijnen aan de slag gaan. Als er NMT leden zijn die willen aansluiten in de projecten, dan zijn ze van harte welkom.”

Toegevoegde waarde leveren

Procurement manager Marcel Lindhout zit in de commissie namens system integrator voor superjachten en marinevaartuigen RH Marine: “Veel van mijn collega’s spenderen veel tijd aan het vinden van de juiste artikeldata. Stel dat tachtig procent van die activiteiten repetitieve handelingen zijn, welke je kunt automatiseren. Doe je dat, dan houd je tijd over om echte toegevoegde waarde te leveren op de resterende twintig procent, waarin je het verschil maakt.” Omdat het in de praktijk lastig blijkt de neuzen van alle betrokken ketenpartijen dezelfde kant op te krijgen – bijvoorbeeld bij het realiseren van relatief eenvoudige EDI-koppelingen – neemt RH Marine deel aan de commissie.

Predictive maintenance

Digitaliseren van processen biedt veel kansen vervolgt Lindhout. “Als wij apparatuur inkopen, zoeken we vooral apparatuur met een IoT-aansluiting (Internet of Things), zodat de data beschikbaar is voor geautoriseerde partijen. Stel; de handleiding van een apparaat zegt dat je het na 30.000 schakelingen moet controleren. Dan wil je eigenlijk na 28.000 schakelingen automatisch een melding ontvangen via internet. Dan kan het onderhoud proactief ingepland worden voor een moment dat het de bedrijfsvoering niet hindert. Volgende stappen zoals het zelf laten communiceren door relevante apparatuur van conditie parameters ligt dan voor de nabije toekomst in de lijn der verwachting.”

Achteraan hobbelen

Maarten Mackaaij, head of Digital and Onsite Sales bij industriële dienstverlener ERIKS Nederland neemt ook deel in de commissie. “Industrie 4.0, de digitalisering in de maakindustrie, loopt al een aantal jaren. De maritieme industrie hobbelt daar eigenlijk een beetje achteraan.” Hij geeft een voorbeeld uit de ERIKS-praktijk. “Wij leveren aan verschillende industriële sectoren. Het merendeel van de orderlijnen gaat digitaal. Bij maritiem is dat percentage slechts zestien procent. Waar ligt dat aan? Is het angst? Is het een ketending? Of ligt het ook aan de soort mensen die je in je organisatie hebt? Staan die wel open voor digitalisering?”

Total cost of ownership

Mackaaij: “Cbm en pdm helpen om onverwachte stilstand te voorkomen. Dat besef moet nog veel meer indalen in de hele sector. De scheepseigenaar moet niet alleen naar de aanschafprijs kijken, maar naar zijn total cost of ownership over de totale levensduur. En als scheepsbouwer: kijk je dan per schip naar de stuksprijs van een onderdeel of probeer je jouw vloot te standaardiseren?” Lindhout: “Ons probleem daarbij is dat we vaak alleen met de werf praten en niet met de toekomstige eigenaar.” De Bruijn: “En dat is precies de reden dat we in deze commissie bij elkaar komen. Waar zit de meerwaarde die we samen kunnen leveren? Heel veel technologie is al beschikbaar en er zijn wel individuele bedrijven die het toepassen, maar we passen het nog niet slim toe in de hele keten. Terwijl het binnen de scope van de hele keten veel meer kansen biedt om faalkosten en wachtkosten te reduceren, of te vermijden.” Lindhout: “Alle data is wel ergens beschikbaar; de vraag is: hoe krijgen we die op de korrel?”. Mackaaij: “Gekoppelde artikeldata is hier key. Daarnaast wordt het belang van datauitwisseling alleen maar belangrijker in de export handel. Hoe beheer je de stroom van certificaten en green passport op een schaalbare manier?”

Commissie Procesinnovatie

De Bruijn: “De orderboeken lopen op veel plaatsen leeg, daarom moeten we nu samen investeren om samen beter te worden. Dit past ook in het Maritiem Masterplan waar een apart hoofdstuk over procesinnovatie in staat. Als de aangevraagde funding van 350 miljoen euro uit het Groeifonds er komt, dan is een substantieel deel bestemd voor procesinnovatieprojecten.”

Samenwerken

Mackaaij: “Het is niet onmogelijk om de Nederlandse scheepsbouw terug te brengen naar het niveau dat we vroeger kenden. De beslissers moeten zich wel afvragen hoe duurzaam hun businessmodel en ecosysteem nog is en wat er nu nodig is om naar een volgend niveau te gaan. Prima dat we emissieloze schepen willen bouwen, maar volgens mij gaat het in dit vraagstuk niet alleen om het eindproduct maar ook om het proces, om het samenwerken in de keten. Dat is iets dat we in Nederland wel goed kunnen: samenwerken.” De Bruijn: “We zijn dit begonnen met de naam Scheepsbouw 4.0, misschien moeten we dat aanpassen naar commissie Procesinnovatie. Ik denk dat we als sector niet bang moeten zijn om de dingen anders aan te pakken. Vertrouwen op ervaring is goed, maar je moet ook openstaan voor een nieuwe aanpak. Immers: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Gelukkig zien we veel enthousiasme in de commissie en dat geeft mij wel vertrouwen.”