De geschiedenis van het opleidingsschip Prinses Beatrix

Het opleidingsschip Prinses Beatrix is de eerste, in de serie van drie zusterschepen, bestemd voor het opleiden van matrozen voor de Rijn- en binnenvaart. Juist dit legendarisch schip vindt na ruim zestig jaar trouwe dienst, haar definitieve ligplaats in Dordrecht, als vijfde vaartuig bij het Binnenvaartmuseum.

Meer informatie

Het Koninklijke OnderwijsFonds voor de Scheepvaart (K.O.F.), dat het vakonderwijs voor de Rijn- en binnenvaart in Nederland verzorgde, is op 5 juli 1921 opgericht. Als gevolg van het toenemende aantal leerlingen van de zogenoemde dag nijverheidsscholen voorzag het bestuur van het KOF in 1955, dat de leerlingen meer praktische vaardigheden moesten opdoen. Met een instructievaartuig dat zou voldoen aan de toenmalige moderne navigatie eisen. Gedacht werd aan een motorschip, waarmee een gehele klas van achtentwintig leerlingen tegelijk kon oefenen en geschikt zou worden om de ruime vaarwaters en de Midden- en Bovenrijn te bevaren.

In oktober 1958 krijgt eindelijk N.V. scheepswerf v/h firma J. Hendriks in Dodewaard de bouwopdracht. Op 15 maart 1959 wordt de kiel gelegd en wordt het opleidingschip in januari 1960 te water gelaten. Zij krijgt de naam Prinses Beatrix. Het vaartuig heeft het aanzien van een toen moderne Kempenaar, is 53,50 meter lang, 7,08 meter breed, heeft een diepgang van 1.65 meter en is uitgerust met een 5 cilinder, 250 pk Bolnes motor.

De drie prinsessen van het K.O.F.

In december 1961 wordt een order geplaats bij Vuyk en Zonen Scheepswerven N.V. in Capelle aan de IJssel van nog twee instructievaartuigen van nagenoeg hetzelfde type als de Prinses Beatrix. De nieuwe vaartuigen worden een halve meter langer om meer ruimte in de machinekamer te krijgen. In oktober 1962 is de doop en tewaterlating van de Prinses Irene en op 8 april 1963 gaat de Prinses Christina te water.

In 1995 en 1996 worden de drie opleidingsschepen ingrijpend gerenoveerd. Na dertig jaar waren de schepen toe aan een facelift, omdat de eisen die men aan dergelijke schepen mag stellen behoorlijk  veranderd zijn. Er is vooral aandacht besteed aan de technische voorzieningen in de machinekamer, elektrische installaties, de inrichting van de kombuis, maar ook aan de accommodatie van de leerlingen aan boord. De slaapzalen worden omgebouwd naar twee en vier persoonshutten, wat de leerlingencapaciteit terugbrengt van achtentwintig naar vierentwintig leerlingen. In de volgende jaren worden de schepen voorzien van een boegschroefinstallatie met een DAF motor van 150 pk. Verder worden de opleidingsschepen uitgerust met moderne rasterscan radar, elektronische vaarkaarten en GPS/AIS.

Scheepvaart en Transport College

In 2003 komt door landelijke bezuinigingen het voortbestaan van de opleidingsschepen ernstig in gevaar. In overleg met het Ministerie van Onderwijs, Vakopleidingen Transport en Logistiek, de opvolger van het K.O.F. en het Scheepvaart en Transport College (STC) in Rotterdam wordt besloten om de drie binnenvaart-instructievaartuigen te verkopen aan het STC, inclusief een afgesproken subsidieregeling. Met ingang van 1 januari 2004 is deze overgang van eigenaar van de schepen een feit. In 2004 wordt de Bolnes motor van de Prinses Christina vervangen door een nieuwe Caterpillar motor type 360 pk. De Prinses Irene wordt in 2005 verkocht aan de Franse Rijn en binnenvaartschool Lycée Professioneel Emile Mathis in Straatsburg, die in 2009 een nieuwe 490 pk MAN motor heeft laten plaatsen.

Bij de firma Olthof is in 2008 is de Bolnes motor van de Prinses Beatrix vervangen door een Doosan/Daewoo, type: L126TIH motor van 360 pk.

Ondanks de vele aanpassingen van de STC schepen in de loop van de jaren bleken de opleidingsschepen de tand des tijds niet te kunnen doorstaan. Het STC besloot dan ook een nieuw duurzaam, innovatief opleidingsschip te laten bouwen met de naam: Ab Initio, wat “vanaf het begin’’ betekent. De scheepsbouwer is Concordia-Damen uit Werkendam en het schip heeft de afmetingen gekregen van een zogenoemde Dordmunder met een lengte van 67 meter en breedte van 8,20 meter.

De Ab Initio is in de zomer van 2022 in de vaart komen. Bij de opdracht van de bouw van de Ab Initio is de overeengekomen dat de beide STC-schepen, op termijn ingenomen worden door Concordia-Damen. Daarop volgend heeft Concordia-Damen de Prinses Christina verkocht aan Reederei Deyman die het schip als vanouds gaat inzetten als opleidingsschip vanuit Haren (Ems), onder Duitse vlag.

Binnenvaartmuseum Dordrecht

De Binnenvaart lobbyde jarenlang vergeefs bij het STC, om één van de Prinsessen schepen, na volbrachte dienst, te schenken aan het Binnenvaartmuseum in Dordrecht. De Binnenvaart ging later in gesprek met de nieuwe eigenaar van de Prinses Beatrix. Na diverse gesprekken met Concordia Damen Shipbuilding is besloten de Prinses Beatrix in bruikleen te geven aan vereniging De Binnenvaart. De enige van de drie prinsessen schepen, die dan nog onder Nederlandse vlag zal varen, zij krijgt dan haar vaste ligplaats in Dordrecht nabij de Rene Siegfried. De Prinses Beatrix zal zoveel als mogelijk in haar oorspronkelijke staat terug gebracht worden. Na inspectie van het onder water schip, zal de romp van het schip weer wit geverfd worden. Mooi zou het zijn om weer een Bolnes motor te bemachtigen voor dit historisch schip. Getracht zal worden de Prinses Beatrix te laten voldoen aan het predicaat van Varend Erfgoed Nederland. Bij het opheffen van het KOF in 2003 is het archief daarvan geschonken aan het Binnenvaartmuseum. Het thema van het Binnenvaartmuseum in 2013 was het Binnenvaartonderwijs van het K.O.F. Deze tentoonstelling zal aan boord van de Prinses Beatrix in de toekomst weer terug te vinden zijn.

Op 2 september jl. heeft de officiële vlaggenwissel in Rotterdam; van STC vlag naar vereniging De Binnenvaart vlag plaatsgevonden. De Prinses Beatrix is op 8 september onder begeleiding van de Ab Initio, aangekomen in Dordrecht en heeft ligplaats genomen bij de Rene Siegfried waarop het Binnenvaartmuseum is gevestigd.

Door: Jos Hubens, ambassadeur De Binnenvaart