NMT maakt zich zorgen om goede uitkomst voor de Nederlandse Marinebouwindustrie

Het kabinet lijkt weinig belang te hechten aan de instandhouding van strategische kennis op het gebied van marinebouw in Nederland. Dat blijkt uit de beantwoording van de vele kritische vragen van de Tweede Kamer aan de regering over de vervanging van de Walrus-klasse onderzeeboten van de Koninklijke Marine. Netherlands Maritime Technology (NMT) maakt zich ernstig zorgen. Er is enorm veel kennis en expertise bij de Nederlandse maritieme industrie, in het bijzonder bij de vele toeleverende bedrijven, die de komende periode niet wordt benut. En die kennis en expertise is juist bij de ontwikkeling en instandhouding van de onderzeeboten van levensgroot belang. Niet alleen voor de marinebouw maar ook voor de nationale autonomie en veiligheid zoals aangegeven in de Defensie Industrie Strategie (DIS).

Meer informatie

Aan de gekozen wijze van concurrentiestelling tussen drie partijen zitten volgens NMT voor de Nederlandse marinebouw meerdere risico’s.

  • Ten eerste worden tot aan het einde van de huidige D-fase uitsluitend gesprekken gevoerd met de drie buitenlandse werven, en wordt daardoor de kennis en kunde van de Nederlandse bedrijven en kenniscentra juist in deze cruciale fase niet benut. Daarnaast ontstaat het risico dat noodzakelijke wijzigingen na de gunning (door voortschrijdend inzicht) onmiddellijk prijsverhogend werken en leiden tot vertragingen.
  • Ten tweede bestaat bij deze wijze van concurrentiestelling het risico van een ‘race to the bottom’, waarbij door prijsdruk de eisen – zonder de inzet van creativiteit zoals dat binnen de “Gouden Driehoek” zou gebeuren – simpelweg naar beneden worden bijgesteld.
  • Ten derde is het niet mogelijk om het capaciteitsknelpunt van DMO op te vangen vanuit de industrie, omdat die tot aan het einde van deze fase niet kan worden betrokken.

Recent heeft de Nederlandse industrie laten zien dat ze de zeer complexe levensduurverlenging van de Walrus-klasse samen met Defensie met groot succes heeft kunnen realiseren. Er is technologie en expertise in Nederland beschikbaar voor de gehele levensduurcyclus van de nieuwe onderzeeboten. Nederlandse bedrijven staan klaar om aan de slag te gaan met de ontwikkeling en bouw van de nieuwe onderzeeboten en het leveren van de daarvoor benodigde technologie. NMT roept het Kabinet op om de Gouden Driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen actief bij de vervanging van de Walrus-klasse te betrekken. Die oproep komt voort uit de dringende wens van vele toeleveranciers. Harm Kappen, voorzitter van het Dutch Underwater Knowledge Centre: “We moeten onze krachten kunnen bundelen en richten op één partij om de gehele ontwikkeling van dit complexe platform samen met de beoogde onderzeebootbouwer uit te voeren. Dit is de enige manier waarop we straks de instandhouding nét zo succesvol kunnen uitvoeren als we nu doen voor de huidige Walrus-klasse onderzeeboten.

NMT hoopt dan ook zeer dat de Tweede Kamer, die op 18 maart over het vervangingsprogramma debatteert, de gekozen aanpak weer krachtig omdraait naar de manier waarop de Nederlandse marinebouw reeds decennialang zich wereldwijd bewijst.