NMT vraagt om maatregelen om Nederlandse en Europese maritieme maakindustrie te beschermen

Door het uitblijven van sectorspecifieke maatregelen om de strategische Europese scheepsbouw- en toeleverindustrie te beschermen tegen prijsdumping uit Azië staan er ruim 1 miljoen Europese banen en 115 miljard euro omzet in de maritieme maakindustrie op de tocht. Voor Nederland betekent dat onzekerheid over de werkgelegenheid van bijna 30.000 mensen en circa 7 miljard euro omzet.

Daarom heeft NMT staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat gevraagd om op korte termijn bij de Europese Commissie aan te dringen op sectorspecifieke maatregelen om de strategische Europese scheepsbouw- en toeleverindustrie te beschermen tegen de verstorende effecten van prijsdumping met staatssteun.

Specifieke eigenschappen scheepsbouwsector

Door kennisontwikkeling en innovatie wil de Europese scheepsbouwsector onderscheidend blijven op de wereldwijde markt. Maar bestaande WTO- OESO en EU-instrumenten (zoals de Trade Defence Instruments) bieden geen enkele bescherming tegen prijsdumping vanuit Azië. Met name China vormt een groot gevaar. Dit komt door de specifieke eigenschappen van een schip en de transactie hiervan. Schepen worden in tegenstelling tot andere producten niet volgens de reguliere weg geïmporteerd. Daardoor zijn traditionele grens- of douanemaatregelen niet toepasbaar op verhandelde schepen. Dat is één van de hoofdoorzaken waarom de Europese scheepbouwsector de bouw van koopvaardijschepen al bijna volledig is kwijtgeraakt aan Aziatische concurrenten die met staatssteun schepen bouwen.

Tegelijkertijd gaan de grootste scheepsbouwlanden ter wereld – Zuid-Korea, China en Japan – door met een beleid van massale staatssteun en andere vormen van protectionisme ter ondersteuning van de lokale scheepswerven-, maritieme toeleverindustrie en zelfs scheepvaart. Bovendien hebben deze Aziatische landen hun pijlen nu ook gericht op de complexe Europese scheepstypen en geavanceerde maritieme technologie waar Europese bedrijven nu nog marktleider in zijn.

Dit alles verstoort de concurrentiepositie van Europese scheepsbouwers die hierdoor, bij gebrek aan een adequate tegenreactie vanuit Europa, verder marktaandeel blijven verliezen. Als we het marktaandeel eenmaal kwijt zijn krijgen we het nooit meer terug dus actie is nu nodig.

Waar vraagt de Nederlandse maritieme maakindustrie om?

NMT heeft samen met de Europese scheepsbouwassociatie SEA Europe het probleem al diverse keren met de Europese Commissie besproken en gevraagd om specifieke regelgeving voor de scheepsbouw. De Commissie heeft echter steeds aangegeven niet te bewegen zolang de lidstaten niet aan de alarmbel trekken. Daarom vraagt NMT de staatssecretaris om spoedig bij de Europese Commissie aan te dringen op :

  • Het opnemen van de bijzondere (strategische) positie van scheepsbouw en maritieme toeleveranciers in het EC White Paper on a new Instrument to tackle foreign subsidies.
  • Het aannemen van geschikte handels- en concurrentie-instrumenten om de Europese maritieme maakindustrie eindelijk de gepaste juridische instrumenten aan te reiken om zich tegen oneerlijke concurrentieverstoring te kunnen beschermen en daarmee de sector in Europa te kunnen behouden. In het licht van de recente Europese Green Deal is het van essentieel belang voor Europa om de controle te behouden over zijn maritieme (maak)industrie.
  • Het zo snel mogelijk opzetten van een ronde tafeloverleg met de Europese maritieme maakindustrie, de Europese Commissie en de lidstaten, om de noodzakelijke oplossingen en instrumenten te ontwikkelen en te implementeren. Ook andere Europese scheepsbouwlanden, zoals Duitsland, Frankrijk, Italië en Denemarken zien de grote urgentie van de situatie. Zij hebben aangegeven om op zeer korte termijn met een bewindspersoon langs te gaan bij Eurocommissaris Breton om bovenstaande problematiek te bespreken.

Inzet Tweede Kamer

Dreiging uit Azië en een stevig industriebeleid is ook onderwerp van de inzet van meerdere Kamerleden. Zo is een motie van Kamerlid Amhaouch (CDA) aangenomen om een onderzoek te doen naar de randvoorwaarden voor een maakindustrie die gericht is op de productie van hoogwaardige, duurzame en kennisintensieve producten. Ook heeft Kamerlid Arne Weverling (VVD) aan minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Kaag vragen gesteld ten aanzien van onder andere Chinese activiteiten met staatssteun. Deze inzet wordt door NMT zeer gewaardeerd.